Nieuws |

Factsheet over chemsex: de combi seks en drugs

Het is een relatief onbekend fenomeen onder zorgverleners en andere hulpverleners: chemsex. Het gaat dan mannen die seks hebben met mannen (MSM) onder invloed van drugs of transpersonen die seks en drugs combineren. Middelen zoals ecstasy, GHB, ketamine, cocaïne of crystal meth, worden gebruikt om seks intenser te beleven of seksuele prestaties te verbeteren.

In de nieuwe factsheet ‘Chemsex’ bundelt het Trimbos-instituut de beschikbare kennis over dit onderwerp: gebruikte middelen, gebruikers, risico’s en het hulpaanbod.

Chemsex krijgt steeds meer aandacht in de media en ook wetenschappers en hulpverleners verdiepen zich erin. In Nederland hanteren hulporganisaties Soa Aids Nederland en Mainline de volgende definitie: “Het gebruik van (een combinatie van) middelen door MSM met de specifieke intentie seks te hebben, met uitzondering van alcohol, poppers, lachgas en cannabis

Tina, miauw miauw en andere ‘chems’

De meest gebruikte middelen (door gebruikers ‘chems’ genoemd) zijn ecstasy/MDMA, GHB, ketamine, 3-MMC, mefedron (miauw miauw), cocaïne, speed en crystal meth (onder gebruikers aangeduid als tina). Vaak worden deze middelen gebruikt om de libido te verhogen of de seks intenser te maken. Ook kunnen gebruikers de seks soms langer volhouden, verbeteren hun seksuele prestaties of voelen ze zich ontspannen of zelfverzekerder.

In veel gevallen zeggen gebruikers dat chemsex hen een rijker seksleven oplevert zonder dat het gezondheidsschade veroorzaakt. Maar er zijn ook risico’s: een kleine, maar groeiende groep gebruikers ervaart gezondheidsproblemen. Zo is er risico op een overdosis, verslaving en kan chemsex leiden tot depressie, eenzaamheid, angst- en paniekaanvallen, psychoses en suïcidale gedachten. Bovendien is er meer risico op soa’s, hiv en ongewenste seksuele ervaringen.

Praten over chemsex is belangrijk

Een deel van de MSM en transpersonen die chemsex hebben, willen hier graag over praten met hulpverleners. Bijvoorbeeld over veiliger drugsgebruik, het verkleinen van de kans op soa’s, vergroten van zelfcontrole en eventueel over (tijdelijk) stoppen met chemsex. Toch vinden sommigen van hen het moeilijk om over chemsex te praten vanwege schaamte, schuldgevoel of uit angst voor een oordeel.

In Nederland bieden steeds meer organisaties en professionals hulp en ondersteuning bij chemsex. De factsheet geeft een overzicht van het hulpaanbod in Nederland. Daarnaast is een chemsex-begrippenlijst toegevoegd, zodat hulpverleners beter kunnen aansluiten bij de belevingswereld van de doelgroep.

Sinds 2021 ook registratie van chemsex gerelateerde incidenten

Deze factsheet is onderdeel van de MDI: Monitoring Drugsincidenten in Nederland. Met de Monitor Drugsincidenten (MDI) houdt het Trimbos-instituut sinds 2009 actuele gegevens bij over aard, omvang en ontwikkelingen van drugsgerelateerde gezondheidsincidenten in Nederland. De MDI baseert zich op (anoniem verzamelde) gegevens die aangeleverd worden door ambulancediensten, ziekenhuizen en forensisch artsen in acht regio’s in Nederland plus landelijk werkzame EHBO-organisaties. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om gegevens die inzicht geven in leeftijd, geslacht, welke middelen er gebruikt zijn en wat het acute gezondheidsprobleem was. Sinds 2021 is het ook mogelijk om bij een melding aan te geven of het om een incident gaat dat gerelateerd is aan chemsex.

De MDI is te bereiken via drugsincidenten@trimbos.nl.

Esther Croes
Epidemioloog